Boviene Virale Diarree / Mucosal Disease
www.vee.be
Door haar gecompliceerdheid in voorkomen en de verscheidenheid aan letsels
en symptomen is BVD een "moeilijke"
ziekte. Als BVD je onbekend is zal je deze tekst waarschijnlijk een paar keer
moeten herlezen, vooraleer je de complexiteit volledig overziet. Haar mogelijks
economische weerslag op het bedrijfsrendement is in die mate ernstig dat geen
enkele veehouder
of bedrijfsdierenarts, deze aandoening mag onderschatten of negeren.
Oorzaak of ziektverwekker:
Besmettingswegen:
Ziektekenmerken en ziekteverloop:
Ziekteverloop bij vatbare drachtige dieren:
Ziekteverloop bij IPV's:
Economische impact: Hoe groot kan de schade zijn?
Detectie: Is er BVD op mijn bedrijf ?
Protectie: Hoe BVD bestrijden of voorkomen?
BVD-virussen of Pestivirussen: Er bestaan meerdere Boviene Pestivirus-stammen
met variabele virulentie, die dan nog eens worden onderverdeeld in twee biotypes:
Niet-cytopathogeen (NCP of "niet-celvernietigend") en cytopathogeen
(CP of "celvernietigend"). m.a.w.:niet-agressief of agressief.
Het BVD-virus behoort tot de zelfde familie als het varkenspest- en Borderdiseasevirus.
Alhoewel rundvee de primaire gast is voor het virus kunnen ook andere tweehoevigen
besmet worden.
Runderen van elke leeftijd die nog niet met het virus in contact kwamen en die geen antistoffen hebben uit colostrum of na vaccinatie zijn gevoelig voor infectie. De meeste besmettingen doen zich evenwel voor tussen de leeftijd van 6- tot 24 maand.
We onderscheiden twee mogelijke infectiebronnen.
1- Een rund dat door BVD-virus besmet is, scheidt tijdens de acute ziektefase (ongeveer 14 dagen) virus uit via alle secreta en zal gevoelige koppelgenoten besmetten. Nadien zal dit rund antistoffen vormen, het virus zal bij dit rund verdwijnen en het dier zal levenslang immuun zijn.
2- Het natuurlijk reservoir en de grootste besmettingsbron van
BVD-virus zijn de Immunotolerant Permanent Viremische runderen (IPV's) ook
virusdragers of immunotolerante genoemd. Dit zijn dieren die als foetus
(in de baarmoeder) met virus besmet werden, het virus als lichaamseigen ervaren
en dus nooit antistoffen produceren tegen het virus. Ze scheiden
dan ook ( na het verdwijnen van de maternale colostrum-antistoffen )
constant virus uit. ( bij de moeder deed zich dus mogelijkheid 1- voor tijdens
de dracht)
Het zijn deze runderen die bij een aankoop onderzoek op BVD opgespoord worden
( virusdrager = antigeen positief) en waarvoor koopvernietiging geldt.
Voor de gezonde runderen ( antigeen negatief ) geeft dit onderzoek je geen
enkele informatie over hun weerstand tegen BVD. Daarvoor moet je een bloedonderzoek
laten uitvoeren op antistoffen. Indien geen antistoffen aanwezig dan
kunnen deze runderen nog altijd een BVD-infectie doormaken. Ik stel vast dat
nogal wat veehouders denken indien een aankooponderzoek op BVD-antigeen
negatief, het rund geen BVD meer kan krijgen. Let dus op: Bescherming tegen
infectie berust alleen op de aanwezigheid van antistoffen in het bloed.
Deze worden gevormd na natuurlijke infectie of vaccinatie.
BVD-virus kan overgebracht worden door besmette dieren
via speeksel, neusslijm, traanvocht, urine, mest. Infectie ontstaat vooral
door onderling contact tussen de dieren, maar overdracht via voorwerpen of
personen die in contact geweest zijn met virusuitscheiders is ook mogelijk.
Naar boven
Ziektekenmerken en ziekteverloop.
Acute ziekte is het gevolg van infectie
van vatbare runderen (geen antistoffen aanwezig) van elke leeftijd..Naargelang
de agressiviteit van het virus en de leeftijd van het dier verloopt de ziekte,
na een incubatieperiode van 7 tot 14 dagen, meestal onduidelijk of mild, maar
kan ook ernstiger vormen aannemen. De meest geziene symptomen zijn: koorts,
futloosheid, daling in de melkproductie, verminderde eetlust, evenenals versnelde
ademhaling, diarree en overvloedige tranenvloei.Immunosuppressie of weerstandsdaling
is algemeen voorkomend (oa. daling van de witte bloedcellen) en kan de gevolgen
van andere gelijktijdige infecties verergeren. Zo zien we ernstige diarree
gevallen bij kalveren, of een plotse opstoot van meerdere (subklinische) mastitis
problemen.
Bij de ernstige vormen zien we hoge koorts(41-42°C), zweertjes(erosies)
in de muil en de darmen, diarree en uitdroging, tussenklauwkloven, hoesten,
abortus plus nog ergere weerstandsdaling.
Naar boven
Ziekteverloop bij drachtige vatbare dieren.
Het BVD-virus kan zowel bij de milde als
bij de ernstiger vorm de placentabarrière passeren en de foetus infecteren.
De gevolgen zijn afhankelijk van de agressiviteit van het virustype en het
drachtstadium.
Tijdens de eerste maanden van de dracht treedt vaak embryonale sterfte en
-resorptie op, of abortus. (Late opbrekers, onregelmatige cyclus). Vertraagde
foetale groei komt eveneens voor.
Tussen de 40 ste en 150 ste dag van de dracht kan de foetus permanent besmet
worden of drager worden van een niet-cytopathogeen virus. Aangezien het immuunapparaat
van het kalf zich pas later ontwikkelt, wordt het aanwezige virus als lichaamseigen
beschouwd en zal het kalf nooit antistoffen vormen tegen dit type virus. Dit
zijn de Immunotolerant Permanent Viremische runderen of IPV's. Zij scheiden
in hun later leven constant virus uit.(uitgezonderd de eerste maanden)
Infectie in de tweede helft van de dracht kan aanleiding geven tot allerlei
misvormingen en aangeboren afwijkingen, oog- en hersenletsels.
Vb. evenwichtsstoornissen of zogenaamde "maankijkers" worden aan
BVD-virus toegeschreven.
Abortus, steenvruchtvorming, vroeggeboorte en de geboorte van zwakke kalveren
zijn eveneens mogelijk na foetale infectie.
De drachtige koe zelf bouwt na de infectie antistoffen op.
Naar boven
De dragerkalveren of IPV's (Immunotolerant Permanent Viremische
runderen) zien er na de geboorte vaak volkomen gezond uit en zijn op het zicht
niet te onderscheiden van andere gezonde kalveren.Pas na enkele weken of maanden
zien we soms een vertraagde groei en eventueel lichte tot ernstige ademhalings-
en/of spijsverteringsstoornissen optreden.In hun eerste levensweken worden
de IPV-kalveren beschermt door de biestmelk antistoffen van de moeder. De
meeste van deze dieren halen echter de leeftijd van 2 jaar niet. Toch hebben
wij reeds immunotolerante dieren gezien, die zelfs tweemaal gekalfd hadden!
Een IPV-koe geeft automatisch een IPV-kalf.Op het ogenblik dat de colostrale
antistoffen verdwenen zijn, worden deze IPV's een constante infectiebron voor
de rest van de vatbare veestapel.
Bij deze virusdragers zien we vroeg of laat de fatale vorm van BVD; namelijke
acute of chronische Mucosal Disease optreden. MD ontstaat wanneer het dier
met een bijkomend cytopathogeen BVD-virus besmet wordt.Deze virusvorm kan
van buitenaf komen, maar ontstaat meestal als een mutatie van de aanwezige
niet-cytopathogene stam. Kort daarop zullen alle IPV's die met dit dier in
contact komen sterven.
We zien dan een BVD-infectie in zijn ergste vorm; gekarakteriseerd door koorts,
diarree, eetlustverlies, soms ademhalingsproblemen, uitdroging, zweren en
erosies in en rond de muil en in de darmen.In de acute vorm sneuvelen de dieren
op een paar dagen.Bij de chronische vorm zijn de symptomen iets minder hevig
en kan het letterlijk wegteren meerdere weken duren.Typerend zijn het zeveren,
de letsels op de gezwollen muil en lippen, evenals het constante persen ten
gevolge van de darmzweren.
Naar boven
Economische impact.
De ernst van de gevolgen van een BVD infectie op een bedrijf
zijn afhankelijk van de immuniteitstoestand van de veestapel en het drachttijdstip
waarbij de infectie optreedt. Er zijn dan ook verschillende scenario's mogelijk.
Het slechts mogelijke scenario is een veestapel zonder antistoffen waarbij
de meeste koeien en vaarzen zich tussen de tweede en vijfde maand dracht bevinden
op het ogenblik dat de BVD-infectie binnen komt. Er kunnen zich enkele abortussen
voordoen, maar de grootste verliezen zullen pas veel later vastgesteld worden
als de IPV's beginnen te sneuvelen.Indien deze uitval vroeg komt is dit nog
een geluk bij een ongeluk; maar men kan in sommige gevallen IPV's opfokken
tot de leeftijd van 18 maand vooraleer de problemen aan het licht komen. In
het geval van een melkveebedrijf is dit een ramp, voor een vleesveebedrijf
een catastrofe.
In de praktijk loopt het gelukkig meestal niet zo'n vaart, voornamelijk omdat
de kalvingen op de meeste bedrijven over een ruimere periode gespreid liggen
en de dieren in meerdere groepen opgesplitst zijn.Veelal zien we op bedrijven
eerst problemen met vruchtbaarheid, verhoogd non-return, late weerkeerders,
enkele abortussen.Veel later problemen met de kalveropfok:frequent diarree
en ademhalingsproblemen tot meerdere sterftes.Pas nog later worden enkele
tot zelfs een vrij aanzienlijke groep IPV's gediagnostiseerd. BVD wordt dan
ook de guerillia-strijder onder de virussen genoemd, maar soms gedraagt hij
zich als een echte terrorist. Waarbij (voor een vleesveebedrijf) uiteindelijk
de zichtbare verliezen toch nog de 25000 € overschreden.(reëel
geval)
Op bedrijven waar BVD voorkwam, zorgen aanwezige IPV-kalveren voor een levenlange
immuniteit of antistoffenvorming bij koppelgenoten. De meeste volwassen dieren
hebben dan reeds antistoffen door de eerste infectiegolf.Dieren met antistoffen
kunnen niet meer ziek worden en geen dragers voortbrengen. Hierdoor zullen
problemen met BVD vaak voor enkele jaren afwezig of onopgemerkt blijven. Op
het ogenblik dat geen IPV's meer op het bedrijf aanwezig zijn (90% sterft
op jonge leeftijd) en men gaat niet vaccineren dan fokt men een nieuwe generatie
dieren zonder antistoffen, waarbij de deur opnieuw openstaat voor het slechts
mogelijke scenario.
Indien een zelfde fenomeen van antistof vorming binnen een rundveestapel zich
voordoet voor de verschillende griepvirussen, dan kan dit voor gevolg hebben
dat een bedrijf gedurende enkele jaren weinig of geen virale ziekteproblemen
kent. Met als resultaat dat een veehouder het valse veiligheidsgevoel heeft
dat hij rundvee kan fokken zonder vaccineren.Met de kennis van hoger weet
je ondertussen wel beter.
De enig goede manier om een veestapel tegen economisch belangrijke infectieziekten te beschermen, is systematisch vaccineren!!! en niet anders! Niet vaccineren tegen BVD is als een tijdbom onder je veestapel.
Tenzij je een producent-verkoper bent van fokdieren en een ziektevrij-statuut
absoluut noodzakelijk is voor de verkoop en export van je fokmateriaal, is
een IBR- en/of BVD-vrij statuut pure waanzin!
Naar boven
Opsporen van antistoffen:
Wanneer: - ter bevestiging
van een ziektegeval. (gebeurd best met gepaarde sera)
-
bepaling van BVD/MD status van het bedrijf (al of niet aanwezigheid)
Wie: -
Runderen van 6 maand en ouder. (jonge kalveren kunnen maternale
antistoffen hebben uit de biestmelk)
Wat: -
gestold bloed of serum
Resultaat: - positief = kontakt
met BVD-virus
-
negatief = nog niet besmet ( of uitzonderlijk nog in incubatieperiode) of
immunotolerant
Opsporen van antigeen of virus:`
Wanneer: - opsporing van immunotolerante dieren
(IPV's) ouder dan 5 maand op eigen bedrijf en bij aankoop.(Sedert
1 oktober 1995 is het
aantonen van immunotolerantie een koopvernietigend gebrek. Onderzoek gebeurt
niet automatisch maar moet evenwel op initiatief
van de koper aangevraagd worden!)
Wie: -
verdachte kalveren onmiddelijk na de geboorte, vooraleer ze biestmelk
gedronken hebben. ( Een koe die BVD doorgemaakt
heeft tijdens de dracht heeft BVD-antistoffen in de biestmelk, die bij het
IPV-kalf de in het bloed aanwezige BVD-virus
neutraliseren.)
-
moederdieren van immunotolerante runderen.
-
aangekochte dieren; (zie ook: Aankoopprotocol)
Wat: -
Ongestold bloed
Resultaat: - negatief = niet immunotolerant
-
positief = transitoir viremisch (ziek = mogelijkheid 1 ) of immunotolerant:
Uitsluitsel door een tweede onderzoek 5 weken later. Indien
opnieuw positief = immunotolerant.
Bestrijding van BVD bestaat er in de IPV's op te sporen en van het bedrijf te verwijderen, terwijl de totale veestapel preventief beschermd wordt door
VACCINATIE !!!
In de beginfase (eerste jaar) van een BVD-bestrijding moeten alle nieuwgeboren
kalveren onmiddelijk na de geboorte getest worden op antigeen. Bloedname voor
de colostrumtoediening.
Gezien de enorme gevoeligheid van de foetus voor BVD-virussen, zelfs voor levende vaccinstammen, is het gebruik van een geïnactiveerde(dode) entstof de meest veilige.
Trouwens, dit mechanisme van immunotolerantie-ontwikkeling bij de foetus geldt ook voor sommige andere virussen en diersoorten: gebruik nooit "levend verzwakt" vaccin bij drachtige dieren of in de buurt van drachtige dieren, tenzij het veilig gebruik van dit vaccin tijdens de dracht bewezen is. ©
Fokdieren moeten antistoffen hebben vooraleer ze drachtig worden.
VACCINATIESCHEMA: ZIE ENTSCHEMA (klik)
© Dr. P. De Swaef.