Ontvangsters
of receptoren

Enkele aspecten van de ontvangsterdieren die een invloed hebben op het ET-drachtigheidsresultaat.
Ras invloed:
Bij embryotransplantatie worden de beste resultaten verkregen met vaarzen uit
de verschillende melkrassen of tweeledige rassen: Holstein ; Rood-bont ; Zwart-bont;
Normandische, enz... die minstens twee keer bronstig gezien zijn.
Deze rassen zijn vroeg rijp en goed vruchtbaar .
Vleesrassen zijn doorgaans minder vruchtbaar. vb:Belgisch Wit-Blauw en Maine-Anjou
Franse vleessrassen, zoals Limousin, Charolais en Blond Aquitaine hebben door
hun extensieve fokkerij nog een min of meer seizoen gebonden vruchtbaarheid
(zomerperiode). Deze dieren zijn vaak laat rijp en moeilijker hanteerbaar. In
de winterperiode zijn ze dikwijls in anoestrus fase (eierstok-activiteit ligt
stil).
Kruisingsproducten (melkvee x BWB) zijn doorgaans goed bruikbaar en vooral interressant
op uitsluitend vleesvee bedrijf.
Gekalfde koeien kunnen ook gebruikt worden indien voldoende lang gekalfd.(+-
3 maand) De resultaten liggen doorgaans toch lager dan bij vaarzen.
Conditie:
Enkel dieren in goede gezondheidstoestand, kunnen optimaal
vruchtbaar zijn.
Een degelijke parasitaire behandeling
en/of ziektepreventie is aangewezen.
Gedurende de eerste twee maanden van de dracht zijn medicamenteuse behandelingen
evenwel tegenaangewezen.
Er dient dan ook vooraf een planning voor dergelijke behandelingen opgesteld
te worden.
Vaccinaties (BVD; IBR) dienen eveneens vooraf en tijdig te gebeuren. (
Zie entadvies )
Gebruik geen levend vaccin bij drachtige dieren.
Dieren met vruchtbaarheidsproblemen komen absoluut
niet in aanmerking voor ET.
Voeding: ( voor meer info, ga naar de rubriek: VOEDING
)
Er is een duidelijk verband tussen conditie en bronstig worden.
Dieren met een goede conditiescore zijn het best vruchtbaar.
Voeding van zowel donor als ontvangsters moet evenwichtig zijn en op de norm.
Beste resultaten worden verkregen met een voeding waarbij de conditie (lichaamsgewicht
) lichtjes toeneemt.
De energie / eiwit verhouding en volume van het rantsoen moet zoveel mogelijk
op de behoefte van de dieren afgestemd zijn .Rantsoenberekening baseren op analyses
van de ruwvoeders.
Naargelang het seizoen is dit makkelijker of moeilijker te verwezelijken.
Zoveel mogelijk voeders van goede kwaliteit gebruiken.
Hoge cijfers in de voederanalyse resultaten zijn niet altijd synoniem voor goede
kwaliteit.
Vermijd overbemesting van voedergewassen en grasland.
Vooral in koude periodes heeft stikstof overmaat van het grasland een nefaste
invloed op de vruchtbaarheid.
Drachtige ET-receptoren
Het is aangewezen om in de tweede helft van de dracht preventief te vaccineren
tegen:
-kalverdiarrhee ( Lactovac, Trivacton, ...)
-enterotoxemie (Myloxan)
NAAR
TOP
|